fbpx
Het Waaggebouw

Het Waaggebouw

Het Waaggebouw

Huis en zijn verhaal

In het voorbijgaan zou een gebouw als dat van De Waag vanwege zijn statigheid direct moeten opvallen. Alleen zorgen de verkeersdrukte en het slechte wegdek voor de deur er bij zowel de automobilist als de voetganger voor dat je er gemakkelijk voorbij gaat zonder even op te kijken. En dat is zonde. Want na een zeer grondige en uitgebreide restauratie eind jaren 80 is het historische pand in volle glorie hersteld.

Het Waaggebouw

Bij de instelling van het waagbedrijf, rond 1686, was het waaggebouw bedoeld om goederen te wegen en daarmee gesjoemel met het gewicht en de hoeveelheid handelswaar te voorkomen. Ook kon er dankzij de meting belasting geheven worden over de goederen.

In het begin stelde de locatie van het waagbedrijf niet veel voor. Het lag in het centrum van de haven, tegenover de magazijnen van de West Indische Compagnie. Het gebouw zelf bestond uit niet meer dan een afdakje voor de weegschalen. In de loop der jaren werd het gebouw verschillende keren uitgebreid. Zo werden er steigers aangebouwd, om de goederen uit de boten gemakkelijk naar de waag te kunnen brengen.

Architectenwedstrijd

De verwoestende stadsbrand van 1821 maakte een groot gedeelte van de houten binnenstad, en dus ook het waaggebouw, met de grond gelijk. Maar vanwege de belangrijke functie van de waag, was het een van de eerste gebouwen die na de brand opnieuw werden opgebouwd. Er werd in de Staatscourant van 27 september 1821 zelfs een architectenwedstrijd uitgeschreven met daarbij de volgende opdracht: ‘…en tevens dit gebouw zoo danig te doen maken, dat het zelve niet alleen aan het beoogde hoofdoogmerk, de weging en berging van Producten, in alles voldoet, maar ook ter gelijkertijd moge strekken tot een sieraad van deze stad…’.

Binnen drie jaar na de brand stond er een nieuw stenen gebouw, met twee verdiepingen en een uitbouw in de rivier van twee bakstenen pieren van ongeveer twaalf meter lang. Producten die over land met paard en wagen werden aangevoerd, kwamen via de hoofddeur naar binnen. Het waaggebouw heeft daarom, in tegenstelling tot veel andere gebouwen uit die tijd, geen verhoogde stoep.

Deplorabel

In een eind 19e-eeuws verslag van handelsagent Onno Zwier van Sandick, lezen we over de aankomst bij de stad: ‘In een sloep laten wij ons naar den wal roeien. We komen aan wal bij ‘de waag’, het kantoor der douanebeambten, die echter heden, omdat het zondag is, afwezig zijn. Talrijke zwarte of halfzwarte heel of driekwart bruine kaailui staan ons nieuwsgierig aan te gapen en bewijzen hierdoor dat de komst van vreemdelingen een grote zeldzaamheid is.’

Als het internationale handelsverkeer toeneemt, krijgt het waaggebouw meer een opslag- en douanefunctie. Om hiervoor extra ruimte te creëren, wordt het gebouw uitgebreid met een nieuwe loods, krijgt het een nieuwe aanlegsteiger met een sierlijke toegangspoort en wordt de toegankelijkheid van De Waag vergroot door ook zijingangen te creëren.

De Waag bleef haar functie behouden totdat het centrum van de haven rond 1965 werd verplaatst naar Beekhuizen. Het gebouw raakte in verval en verkeerde binnen twintig jaar in een zeer deplorabele staat. Uit veiligheidsoverwegingen werden de oude depots gesloopt; alleen een van de bakstenen zijmuren bleef overeind. Van het entreegebouw was weinig meer over en ook de steigers stonden op instorten.

Toeristische trekpleister

Voor de restauratie schonk de overheid het gebouw eind jaren tachtig aan de speciaal daartoe in het leven geroepen Stichting Waag. Uitgesloten van de schenking is het steigergebied. Met hulp van de Surinaamse gemeenschap slaagden aannemers van Remas en KDV architecten erin het gebouw in oude glorie te herstellen. Er werd zo’n zeven jaar aan gewerkt. Philip Dikland, architect bij KDV, herinnert het zich nog goed. “Het opmeten van het gebouw was een smerige bezigheid. De laatste jaren werd het bewoond door zwervers en was het een broeinest geworden van allerlei ongedierte. Van het dak en al het houtwerk was niets meer over. Gelukkig was de constructie verder nog wel in tact.”

Het architectenhart van Dikland ging sneller kloppen bij wat hij aantrof. “Het oorspronkelijke gebouw was precies op de grens met de rivier gebouwd. Met de bouwmogelijkheden van nu zou dat al een uitdaging zijn, dus we hebben ons geregeld afgevraagd hoe ze dat bijna tweehonderd jaar geleden voor elkaar gekregen hebben. Bouwtechnisch wisten ze heel goed wat ze deden.” Sinds de verbouwing doet het pand dienst als restaurant en toeristische trekpleister. De laatste verbouwing heeft dit jaar nog geleid tot de opening van een nieuw restaurant. Bij binnenkomst zijn het de tot eettafel gemaakte grote weegschalen die de geschiedenis nog even in herinnering brengen.

Lees meer berichten uit de categorie Huis en zijn verhaal.

2017-06-04

E-mailadres:

Ik heb de algemene voorwaarden gelezen en ga ermee akkoord.