fbpx
Monumentaal gebouw, vloek of zegen?

Monumentaal gebouw, vloek of zegen?

Monumentaal gebouw, vloek of zegen?

Historische binnenstad

Ingewikkelde prodcedure

Een van de schrijnende voorbeelden van hoe de beschermde status werelderfgoed juist averechts tot teloorgang leidt, is het zeer vervallen pand aan de Grote Combéweg 13. De voorgevel lijkt elk moment in elkaar te kunnen donderen. Zwervers en drugsverslaafden, die grif gebruik maken van de benedenverdieping, zorgen voor brandgevaar.

Het pand bevindt zich in gezelschap van andere die eveneens de tand des tijd verre van gracieus hebben doorstaan. Een deel ziet eruit als troosteloos uitgewoonde getuigen van een glorieus verleden.

Monumentaal gebouw, vloek of zegen?

Deels is juist dat glorieuze verleden de oorzaak van het hedendaagse probleem. Het gebouw is aangemerkt als monument, deel uitmakend van de historische binnenstad die is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dat betekent dat monumentale gebouwen bij wet zijn beschermd en alleen volgens een zeer ingewikkelde procedure mogen eigenaren aanpassingen of verbouwingen verrichten.

Guillermo Samson is eigenaar van het pand op nummer 13 en oprichter van de IBW University, die destijds was ondergebracht in een huurpand verderop. “Maar de huur werd steeds hoger, dus ben ik op zoek gegaan naar een ander onderkomen.” Nummer 13 leek Samson zeer geschikt en de vorige eigenaar, die aanvankelijk niet wilde verkopen, ging overstag. “Omdat hij wist dat ik een onderwijsinstelling erin zou huisvesten en geen hotel of short stay-motel. Mijn doel ondersteunde hij.”

Geen antwoord

Het werd pas goed ingewikkeld toen Samson een vergunning vroeg om te mogen slopen. “Ik kreeg geen antwoord. Ook niet toen ik een dossier presenteerde met een pand waarvan de voorgevel, hoewel mniet origineel, wel monumentaal was.” Samson kan het pand niet handhaven in de originele staat omdat er lesleslokalen nodig zijn. Iets waarin de oorspronkelijke indeling niet zou kunnen voorzien.

De ondernemer heeft gesprekken gehad met de Stichting Gebouwd Erfgoed, die fungeert als sitemanager van de monumentale binnenstad, de Commissie Monumentenzorg en de Stichting Monumenten Welzijn. Hem is onduidelijk wat precies de afgebakende werkgebieden van deze instituten zijn. In correspondentie gericht aan de president van Suriname uit Samson zijn misnoegen over het feit dat hij geen antwoord heeft gehad op zijn vergunningaanvraag en over het feit dat het onduidelijk is hoe te handelen in geval iemand wil slopen. “Deze attitude houdt de ontwikkeling in de binnenstad tegen”, stelt Samson. “Kijk hoeveel monumentale gebouwen juist nu daardoor staan te verrotten. Deze gebouwen zouden vervangen moeten worden en zijn niet van waarde voor de economie van Suriname.” Het feit dat recent een nepgevel, die slechts voor de opsmuk was bevestigd aan het gebouw aan de Domineestraat 30, naar beneden donderde, lijkt de stelling van Samson te ondersteunen. Dat pand heeft een fraaie gietijzeren wenteltrap op de eerste verdieping en een evenzo fraaie gietijzeren trap langs de zijgevel. Het wordt beschreven als een ‘verborgen juweel’ aan de Domineestraat. Daar heeft de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname recent ook een stokje gestoken voor de sloop. Het gebouw bevindt zich echter in zeer slechte staat.

Noodgewongen slopen

In de brief van oktober 2015 aan de president stelt Samson dat eigenaren van monumentale panden noodgedwongen overgaan om tegen de regels in toch te slopen. Zoals vorig jaar in het geval van de Watermolenstraat 20. Daarbij waarschuwde de Commissie Monumentenzorg de eigenaar dat op slopen een gevangenisstraf van maximaal twee jaar staat. Het gebouw was sinds april 1999, na cultuurhistorische overwegingen, aangewezen als monument. Het had karakteristieke traditionele elementen zoals: galerij, vierkante kolommen, figuurwerk, houten balustrades en houten shutters. Rachel Deekman, stafmedewerker bij Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, werpt retorisch op of Samson niet wist dat het om een monumentaal gebouw ging toen hij de aankoop deed. “Want in de Monumentenwet van 2012 staat aangegeven wat wel en niet mag gebeuren met zo een gebouw. Bovendien liggen er bij de procureurgeneraal wel dossiers van eigenaren die zulke gebouwen gesloopt hebben. Maar er wordt geen actie ondernomen omdat nog niet is voorzien in alle zaken die in de wet genoemd zijn”, legt ze uit. Zo staat in de Monumentenwet dat de overheid het recht heeft in te grijpen, ook wanneer een eigenaar een monumentaal pand (willens en wetens) verwaarloost met de hoop het te mogen slopen. De kosten voor renovatie worden dan verhaald op de eigenaar. Ook staat in de Monumentenwet dat er voorzien moet worden in een restauratiefonds waarop eigenaren een beroep kunnen doen om te kunnen verbouwen; een soort subsidie dus. Het fonds is echter niet ingesteld en de overheid heeft tot nu toe niet ingegrepen om een verwaarloosd pand te redden. Daarmee laat de overheid van haar kant het zelf zwaar afweten.

Veiligheid

En zo wordt menig historisch pand rottend aan zijn lot overgelaten, wat verre van gezegend aanblikt. Wie zijn monumentaal pand wil verkopen vindt weinig tot geen koopbelangstelling vanwege alle wettelijke beperkingen. Intussen heeft Samson flink geïnvesteerd in een nieuwbouwpand op nummer 19. “Dubbel zoveel als ik aan nummer 13 besteed zou hebben, maar ik moest het voortbestaan van mijn instituut garanderen.” Samson heeft op dit moment geld noch zin over om te investeren in het danig vervallen pand. “Ik snap niet dat Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ertegen is dat de gebouwen worden gesloopt als ze er zo ernstig vervallen bij staan, maar zelf totaal niet kan voorzien in de veiligheid. Als het in brand vliegt vanwege al die junkies, is deze kant van de stad helemaal weg.”

Lees meer berichten uit de categorie .

april 1, 2019

E-mailadres:

Ik heb de algemene voorwaarden gelezen en ga ermee akkoord.