fbpx
Ongehuwd samenwonen

Ongehuwd samenwonen

Ongehuwd samenwonen

Samenlevingsovereenkomst

Steeds meer mensen kiezen er principieel voor om samen maar wel ongehuwd door het leven te gaan. Anderen kiezen vanwege traditionele en juridische complicaties ervoor niet te trouwen in wettelijke zin. Een keuze die financiële voordelen kan bieden, zolang dat leven zijn ‘gewone’ gang gaat. Als de relatie tussentijds wordt beëindigd of indien een van de partners overlijdt, ontstaan echter de grootste problemen als er niets op een juridisch deugdelijke manier is geregeld. Notarissen met jarenlange ervaring met samenlevingscontracten kunnen veel praktische oplossingen aandragen.

Ongehuwd samenwonen

Afspraken maken Wat betreft het huwelijk zijn allerlei zaken wettelijk geregeld. Te denken valt aan het personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht, erfrecht en fiscaalrecht. Hierin treft men bepalin¬gen die gelden voor gehuwden, maar niet voor ongehuwd samenwonenden. Deze bepalingen kunnen door het ontbreken van een wettelijke basis moeilijk naar analogie toegepast worden op ongehuwd samenwonenden. Daarom dient men als samenwonende zélf afspraken te maken over de wederzijdse steun en de rechten en plichten. Dat kan vastgelegd worden in een samenlevingsovereenkomst. Zo’n samenlevingsovereenkomst en een testament kunnen een stuk rechtszekerheid brengen bij ongehuwd samenwonenden. Testament In het testament kan bepaald worden aan wie de erfenis toekomt na overlijden. Maakt men geen testament, dan vererft de nalatenschap volgens de wet, waarbij de samenlevende partner geen enkel recht heeft. De erfenis zal dan toekomen aan de ouders, wettige broers en zusters en eventuele (erkende) kinderen. Het is raadzaam om de samenlevingsovereenkomst door een notaris te laten vastleggen, zodat achteraf geen discussie ontstaat over de echtheid van de daaronder geplaatste handtekeningen. Samenlevingsovereenkomst In de samenlevingsovereenkomst kan het volgende geregeld worden:

  1. de kosten van de gemeenschappelijke huishouding,
  2. de gemeenschappelijke goederen,
  3. de gemeenschappelijke woning,
  4. de pensioentoekenning,
  5. het eigen- en gemeenschappelijk vermogen,
  6. de huur van een woonruimte,
  7. het einde van de samenwoning,
  8. de verzorgingsplicht (alimentatie).

Vanwege de beperkte ruimte zullen hier alleen de gemeenschappelijke inboedel en woning belicht worden.

Gemeenschappelijke goederen

Indien er niets is geregeld, geldt in beginsel dat de koper eigenaar is. Het bewijs van eigendom kan worden geleverd door de tenaamstelling van de aankoopbon. Partijen kunnen echter afspreken dat de inboedel en vervoersmiddelen, verworven tijdens de samenleving, aan ieder voor de helft toebehoren. De goederen verworven vóór de aanvang van de samenwoning, kunnen apart worden gehouden. Gemeenschappelijk bewoonde woning De samenlevende eigenaar of huurder kan zonder medeweten en goedvinden van de partner beslissingen nemen, waarbij de partner ineens op straat kan komen, zonder dat zij zich hiertegen op juridisch deugdelijke gronden kan verweren. In de samenlevingsovereenkomst kan echter bedongen worden dat in geval van huur, deze overeenkomst wordt aangegaan door beide partners. Ter illustratie het volgende: Een partner is huurder van een woning en leeft geruime tijd samen met de ander. Ineens heeft hij een andere vriendin en is van mening dat er plaats gemaakt dient te worden. Juridisch heeft de partner die geen medehuurder is, geen enkel recht. Hetzelfde geldt na overlijden van de partner (huurder). Na overlijden is de eigenaar rechtens bevoegd het gehuurde te ontruimen.

Onroerend goed

Bij de aankoop van onroerend goed kunnen partijen afspreken dat dit op naam van beiden wordt gesteld. Hoe belangrijk een en ander is, blijkt uit het volgende praktijkvoorbeeld: Een ongehuwd stel besluit een woning te kopen voor SRD 500.000,-. De bank financiert SRD 400.000,- terwijl de vrouw met SRD 100.000,-inkomt. Na tien jaar besluiten partijen uit elkaar te gaan. De woning is door de inflatie op dat moment SRD 1.000.000,- waard. Als er niets is geregeld en de woning wordt op naam van de man gesteld, dan zal de vrouw genoegen moeten nemen met een uitkering van SRD 100.000,-terwijl de man – die met geen cent was ingekomen – SRD 900.000,-rijker is geworden. Hadden partijen een samenlevingsovereenkomst en was de woning op naam van beide partners gesteld, dan hadden partijen elk over SRD 500.000,- kunnen beschikken, wat veel rechtvaardiger is.

Verblijvensbeding

Aan het mede-eigendom van de gemeenschappelijke inboedel en woning, kan een verblijvensbeding worden gekoppeld. Dit is een afspraak dat na overlijden van een van de partners/mede-eigenaar de goederen automatisch eigendom worden van de langstlevende partner/mede-eigenaar. Het gevolg van dit verblijvensbeding na overlijden, is dat die ‘verbleven’ goederen niet tot de nalatenschap van de overleden partner behoren. De familie (erfgenamen) kan deze goederen niet opeisen. Vooral indien de partner (erkende) voorkinderen (legitimarissen) heeft van wie problemen te verwachten zijn, kan deze constructie veel ellende voorkomen.

Lees meer berichten uit de categorie Vraag aan de notaris.

2018-07-11

E-mailadres:

Ik heb de algemene voorwaarden gelezen en ga ermee akkoord.