fbpx
Zorg voor monumentale panden

Zorg voor monumentale panden

Zorg voor monumentale panden

Stichting Stadsherstel Paramaribo

Verspreid over de binnenstad van Paramaribo staan ruim 300 monumentale panden. Enkele daarvan zijn een lust voor het oog; goed onderhouden en een visitekaartje voor de historische binnenstad. Er zijn echter ook gebouwen die praktisch op instorten staan. Stichting Stadsherstel Paramaribo werkt sinds eind 2011 aan het herstellen van deze panden. De lifestyle-krant Surgoed House & Home sprak met directeur Ton Smit over de activiteiten van de stichting.

Zorg voor monumentale panden

Stichting Stadsherstel Paramaribo is het resultaat van een samenwerking tussen de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname en Stadsherstel Amsterdam, en is mogelijk gemaakt uit een Twinning-financiering. “Met lokale investeerders kopen we panden op en dan gaan we aan de slag met de restauratie”, vertelt directeur Ton Smit. “Na de oplevering verhuren we de panden voor uiteenlopende doeleinden.” Sinds haar oprichting in 2011 heeft de stichting drie panden gerestaureerd: Julianastraat 56, Costerstraat 66 en Prinsessestraat 43. Het ambitieuze doel is om binnen tien jaar vijftig panden aan te pakken. Investeren in de restauraties is volgens de directeur overigens geen goudmijn. “De geldschieters zien de eerste tien jaar sowieso geen dividend. Het is voor hen meer het gevoel van de nationale verantwoordelijk om het monumentale erfgoed van Suriname te beschermen. Er zijn wel 500 panden die in aanmerking komen voor de monumentale status.”

De stichting maakt zich ook sterk voor de bewustzijnsvergroting over de onschatbare waarde van gebouwd erfgoed. Ze drukken bijvoorbeeld flyers om uit te delen op scholen. Hiervoor krijgt de stichting ondersteuning uit een tweede Twinning-financiering. “Als we de jeugd van nu het belang van behoud van historische panden duidelijk kunnen maken, dan ziet de binnenstad er over twintig jaar misschien heel anders uit”, denkt Smit.

Grote boedels

Voor het uitzoeken van de rechtmatige eigenaren van een pand, vraagt de stichting documentatie op bij het Grondregistratie en Land Informatie Systeem (GLIS). Volgens Smit zijn de boedels bij historische panden over het algemeen enorm. Maar de eerste koop van Stadsherstel, een woonhuis aan de Julianastraat, had slechts twee eigenaren: een familielid in Nederland en de in het pand woonachtige 86-jarige Hildegonda Berkenveld. “Beide eigenaren wilden het pand wel van de hand doen, maar de oude dame zat met de belofte aan haar overleden moeder dat ze het pand nooit zou verlaten. Ze kon alleen het enorme achterstallige onderhoud niet meer opbrengen. Uiteindelijk hebben wij een gloednieuw onderkomen voor haar achter op het erf laten bouwen”, vertelt de directeur. Stadsherstel kreeg voor de restauratie ondersteuning van de Nederlandse Ambassade en het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Onlangs heeft de stichting haar nieuwste paradepaardje aangekocht: Zwartenhovenbrugstraat 116. “De eigenaren wilden 400.000 euro voor het pand hebben, maar uiteindelijk hebben we het voor 120.000 euro aangekocht, omdat niemand de verantwoordelijkheid van de restauratie op zich wilde nemen. Wij zijn er enorm blij mee.”

Restauratieplan

Voor het overeenkomen van de koop, schakelt Stadsherstel altijd een architect in voor het restauratieplan en een begroting. Want wettelijk moeten het onderhoud en restauratie van een monumentaal pand aan bepaalde eisen voldoen. Daarom gaat het restauratieplan eerst naar de Commissie Monumentenzorg. Deze commissie valt onder het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en is belast met het toezicht op naleving van de Monumentenwet. Daaronder valt ook het beoordelen van verbouwingsverzoeken. Wanneer deze commissie het plan goedkeurt, gaat het vervolgens naar de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van het ministerie van Openbare Werken.

Smit heeft tot nu toe geen grote strubbelingen gehad bij het accorderen van de restauratieplannen. “Het gaat er vooral om dat de buitenkant van het pand nagenoeg hetzelfde blijft; aan de binnenkant zit meer flexibiliteit. Het huis aan de Costerstraat had bijvoorbeeld een houten vloer op een verhoging, waar allerlei ongedierte onder kroop. We hebben de vloer eruit gehaald, de boel opgevuld en beton gestort met tegels. Dat was de beste oplossing. Ook voor de houdbaarheid van het huis.”

Vanwege uit 2002, kent het bezit van een monumentaal pand niet alleen lusten maar ook lasten. Want de eigenaar is verplicht het pand volgens bepaalde richtlijnen wordt onderscheid twee typen monumenten: A en B. Bij A wordt minder verandering toegestaan dan bij B. Waar een bedrijf nog enkele restauratiekosten van de fiscus, zijn particulieren op zichzelf aangewezen. En wanneer het onderhoud niet tijdig plaatsvindt, kan de overheid ingrijpen en de gemaakte onderhoudskosten eigenaar.

Ook is het zonder vergunning verboden vernieuwingen aan te brengen, of het pand te slopen of te verplaatsen. Bij het overtreden van de regels kan de eigenaar een boete van minimaal SRD 5000,- of een celstraf van minimaal twaalf maanden kost dus een paar duiten om een monumentaal pand te bezitten, maar volgens Smit is het allemaal de moeite waard. “Het in ere herstellen van een stukje geschiedenis geeft een uitermate goed gevoel.”

Lees meer berichten uit de categorie Huis en zijn verhaal.

2017-05-29

E-mailadres:

Ik heb de algemene voorwaarden gelezen en ga ermee akkoord.