fbpx
Stapelwonen, voorals nog een soort salsadans

Stapelwonen, voorals nog een soort salsadans

Stapelwonen, voorals nog een soort salsadans

Column: Euritha Tjan A Way

Ik heb iets met hoogte en dat heb ik al heel mijn leven. I love the view, but I hate the climb. Mijn fantasie sloeg op hol als ik een hoog gebouw zag en zo ben ik ook fan van cruiseschepen. Ze zijn hoog en het uitzicht is magnifiek. Velen geven uitleg aan deze fascinatie van mij, dat ik wil ‘vooruitzien’ om zo inhoud te geven aan dat deel van mijn persoonlijkheid dat wordt weggezet als ‘controlefreak’.

Maar omdat ik dus zo van hoogte houd, geniet ik intens als ik me bovenaan bevind van een stapelgebouw en van vliegen als het vliegtuig eenmaal in de lucht is. Als jong meisje keek ik ernaar uit om – net als in de films – mijn eigen appartement heel hoog te hebben, om ’s avonds, met een glas wijn in de hand en aanwezigheid van goed gezelschap, te genieten van het uitzicht.

Stapelwonen, voorals nog een soort salsadans

Helaas is Suriname nu, een flink aantal jaren verder, nog niet gevorderd met stapelbouw. Ook aanname van de wet, die het kopen van een appartement – een deel van een stapelgebouw dus – moet reguleren, schiet niet op. Het heeft iets van een onzekere salsadans van commissies die het bekijken na de DNA en dan weer terug. Wat dat proces betreft, is er dus niets nieuws onder de zon. Ik hoor veel pleidooien om me heen om niet af te stappen van het traditionele huis met erf, omdat mensen graag bezig willen zijn in de tuin. Misschien is dat de reden waarom DNA geen haast maakt met de wetsaanname. Ondertussen zie je veel verwaarloosde erven omdat ons leven niet meer is zoals vroeger. Ik laat in het midden of dat goed of slecht is, maar veel mensen werker langer, vertoeven langer buitenshuis en zijn vaak binnen. Een erf staat dan maar te liggen. Kijk maar naar al de percelen waar er mensen wonen, maar het onkruid toch vrij spel krijgt. Bovendien is een eigen perceel heel duur, starters kunnen zich dat vaak niet veroorloven.

Daarom was ik blij verrast toen ik de studentenflats op het complex van de Anton de Kom Universiteit zag. Ik wilde – en met mij nog een paar anderen – plotseling weer student zijn. Klinkt misschien simplistisch, maar een campuservaring hebben onder ons niet gehad. De universiteit moet je niet alleen bijschaven qua intelligentie, maar ook vaardigheden aanleren om zelfstandig te worden. Je moet ook in staat zijn om je
volledig te kunnen concentreren op je studie.

Veel studenten van mijn tijd haakten af, omdat studeren slechts mogelijk was op de campus en eenmaal thuis was je met andere verantwoordelijkheden bezig. Omdat we dus zo lang mogelijk wilden studeren, en niet beperkt door de openingstijden van de bibliotheek, zochten we een leeg lokaal op. Maar hoeveel meer zou mogelijk zijn geweest in een campusdorp met een gedeelde eigen kamer met airco! Voor velen van ons zou dat een soort studieparadijs zijn en voor mij een soort droom die werkelijkheid werd, a room with a view.

Ik weet dat ik uitga van het ideaaltypische want die ‘room with a view’ heeft ongetwijfeld een prijskaartje, en ik weet niet of ik het wel
had kunnen betalen toen en of de huidige studentengemeenschap het nu wel kan. Toch is het fijn dat de mogelijkheid er is en misschien… heel misschien zullen degenen die in de flats zijn, zich gaan realiseren dat ruimte een schaars goed is in de wereld.

Ook als je er veel van hebt, kan je het effectief en efficiënt inzetten. Dat houdt tevens in dat zij die de charme van een eigen erf niet kunnen waarderen of het zich niet kunnen permitteren, de mogelijkheid hebben om in een appartement te kunnen wonen. En dat zonder de blijvende onzekerheid die huren met zich meebrengt. Ik kijk echt uit naar de eerste appartementen die gekocht kunnen worden en voor mij kan het niet hoog genoeg… maar dan wel met een lift graag!


E-mailadres:

Ik heb de algemene voorwaarden gelezen en ga ermee akkoord.